Zondagavond, ergens na acht uur. Je voelt het al komen: dat zware gevoel dat zich elke week op hetzelfde moment aandient. Morgen weer. Niet dat je job verschrikkelijk is, dat is het net. Er is niets groots mis. En toch sleep je jezelf er elke week opnieuw doorheen.
En dan komt die vraag, eerst stilletjes en daarna steeds luider: is dit nog mijn job? Moet ik iets anders zoeken? Maar veranderen voelt groot, en eigenlijk weet je niet eens zeker of het aan de job ligt.
- Je begint je werkdagen vaker moe dan met zin, ook na een rustig weekend
- Je doet je werk goed, maar het doet al een tijd niets meer mét jou
- Je twijfelt geregeld: blijven of iets anders zoeken?
- Veranderen van job voelt te groot, dus je blijft hangen in doorbijten
- Je vraagt je af of het aan de job ligt, aan je werkgever, of aan jezelf
Veel mensen denken dat er dan maar twee opties zijn: doorbijten of vertrekken. Volhouden tot het pensioen, of alles omgooien en ergens anders opnieuw beginnen. Maar er is een derde optie.
Je hoeft je job niet te verlaten om ze te veranderen.
Jobcrafting heet dat: sleutelen aan je job tot ze beter past bij wie jij bent en waar jij goed in bent. Niet met grote gebaren, wel met kleine aanpassingen die je zelf in de hand hebt. Aan je taken: meer van wat je energie geeft, minder van wat ze opvreet. Aan je contacten: met wie werk je samen, en hoe. En aan je blik: hoe je kijkt naar wat je doet en waarom het ertoe doet.
Energie lekt zelden weg door het werk in zijn geheel. Ze lekt weg op specifieke plekken: die ene taak, dat ene overleg, die ene manier van werken die niet bij je past. Wie die plekken vindt, kan er gericht aan sleutelen. En dat verschil voel je sneller dan je denkt.
En eerlijk is eerlijk: soms blijkt veranderen van job toch het juiste antwoord. Maar dan weet je het tenminste zeker, omdat je eerst onderzocht hebt wat je zelf kon doen. Dat is het verschil tussen een vlucht en een bewuste keuze.
